menu

Transformeren? Nu even niet!

Deel bericht op:

Ouderenzorg 400x400

Het is ruim een jaar geleden dat ook ik aan de slag ging met de nieuwe taken binnen de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet. 2015 was het overgangsjaar waarin we met een mooi nieuw beleid op papier hebben afgesproken ‘er in eerste instantie het beste van te maken en gaandeweg ideeën uit te werken over hoe we de transformatie tot stand kunnen laten komen’.

De afgelopen weken heb ik met veel verschillende mensen uit verschillende organisaties gesproken en heb ik de volgende vragen gesteld. Hoe is het eerste jaar verlopen? Wat gaat er goed? Wat kunnen en moeten we nog beter doen? Zijn er plannen gemaakt of stappen gezet richting transformatie?

Afzonderlijk vertelt (bijna) iedereen dat het afgelopen jaar in het teken heeft gestaan van de waan van de dag. Het werk is uitgevoerd, het cliëntenbestand is ‘in beeld’, de heronderzoeken zijn gedaan en herstelacties PGB zijn doorgevoerd. Het resultaat is dat mensen niet tussen wal en schip zijn gevallen én continuïteit van zorg is geboden.

Succes behaald? Deels, want we hebben het hoofd boven water gehouden, maar tijdens het watertrappelen was er geen tijd om na te denken over verbeteringen in onze werkzaamheden, om het netwerk te versterken of om voorliggende voorzieningen in de wijk op poten te zetten.

Ik trek de voorzichtige conclusie dat we heel veel hebben gedaan, maar dat er nog geen sprake is van een verandering en al helemaal niet van een transformatie. Een typisch geval van ‘oude wijn in nieuwe zakken’?

Transformeren 
Nu hoor ik u denken: ‘bij onze gemeente doen het echt wel anders. We gaan naar de keukentafel en voeren een gesprek én we proberen mensen te sturen, zodat zij hun eigen netwerk inzetten. De toegang tot gespecialiseerde hulp is niet meer zo vanzelfsprekend als vroeger’. En het is helemaal terecht dat u dit denkt, het is namelijk in veel gevallen ook de situatie. Maar ik wil toch graag kritisch blijven en kom dan tot de mening dat een eenzijdige verandering geen transformatie teweeg brengt.

De transformatie moet van ons allemaal komen. Gemeenten, aanbieders, burgers, cliëntenverenigingen, vrijwilligersorganisaties, bedrijfsleven. We moeten op elkaar inhaken en sámen onderzoeken waar de behoefte voor verbetering ligt, zodat we achteraf kunnen zeggen dat de transities niet voor niets zijn geweest.

Want waarom was het ook alweer nodig? O ja, 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur. De burger centraal en verantwoordelijk voor zichzelf, tijdelijk hulp als het niet anders kan, geen overdaad aan hulpverleners in een systeem, goede afstemming tussen de verschillende partijen en dat allemaal met minder kosten.

4 tips 
Om toch vast een start te maken met een verandering, zouden naar mijn idee de volgende tips kunnen helpen:

1. Zorg ervoor dat de keten in beeld is. Wie zijn de belangrijke spelers en wie moeten op de hoogte zijn van wat er speelt?

2. Maak tijd voor elkaar; om de keten te versterken, om te luisteren naar de ideeën van een ander, om onderzoek te doen naar behoeftes.

3. Zorg voor vertalers. Een vertaler tussen belangenverenigingen en beleid, tussen beleid en uitvoering, tussen uitvoering en aanbieder, tussen beleid en aanbieder.

4. Besteed positieve aandacht aan fouten. Als het misgaat, weten we hoe we het de volgende keer beter kunnen doen.

Vier successen. Ondanks alle drukte gaan er ook dingen goed. Sta daar bij stil!