menu

Partnerschap, niets meer en niets minder

Deel bericht op:

partnerschap1

Reikhalzend werd er door veel gemeentes uitgekeken naar de uitspraak van de Centrale raad van beroep rondom het thema ‘een schoon en leefbaar huis’. Want we zijn al een tijdje bezig om de toekenning van de Hulp bij het Huishouden te veranderen.

Vroeger nam de gemeente (voorheen zelfs het CIZ) een besluit waarin werd aangegeven hoeveel uur iemand hulp zou krijgen. Tegenwoordig zegt de gemeente tegen de aanbieder dat deze moet zorgen voor een schoon en leefbaar huis. De aanbieders, die in de loop der jaren behoorlijk hebben moeten inleveren op het budget, krijgen vaak een opdracht over hoe zij dit resultaat moeten bereiken. Met als gevolg dat mensen van 6 uur hulp ineens naar 2 uur hulp per week gaan, het daar niet mee eens zijn, maar niet in bezwaar kunnen gaan, want de gemeente heeft immers gezegd dat het schoon moet zijn en daar is geen speld tussen te krijgen.

Verwarring alom en veel discussie over hoe het mogelijk is dat het altijd in meer uren moest, en nu plots in minder uren kán. Is het huis kleiner geworden? Is het functioneren van de cliënt vooruit gegaan? Was de tijd die jarenlang gebruikt werd om het huis schoon te maken misschien altijd al wel aan de ruime kant? En misschien wel de belangrijkste; wat is dat eigenlijk schoon en leefbaar?

In dit blog ga ik mij zeker niet wagen aan een uitleg van wat schoon en leefbaar is. Terwijl ik schrijf kijk ik mijn woonkamer rond en bedenk me dat mijn begrip van schoon en leefbaar vast en zeker anders is als dat van een ander. Waar ik het wel over wil hebben is hoe we hier gekomen zijn en wat in mijn beleving een simpele oplossing kan zijn, waar geen rechter zich over had hoeven buigen.

Toen de hulp bij het huishouden nog verstrekt werd in het kader van de AWBZ heette dit Huishoudelijke Verzorging. Het stukje ‘zorg’ waar de AWBZ om bekend stond zat in de zogenoemde indicatie ingebouwd. Er werd wat extra tijd toegekend voor een praatje, een kopje koffie en wat extra klusjes in en om de woning.

In 2007 ging de Huishoudelijke Verzorging over naar de gemeenten en werd het Hulp bij Huishouden waarin gesproken werd over compensatie om een schoon en leefbaar huis te krijgen. Ik zag destijds bij de gemeentes waar ik over de vloer kwam de worsteling met dit nieuwe gebied en het compenseren op het genoemde resultaat, want zij hadden dit niet eerder gedaan en wat betekende het eigenlijk? Het CIZ, voorheen verantwoordelijk voor de indicatiestelling, reikte hulpmiddelen aan zodat de gemeentes meer houvast hadden om de nieuwe taak uit te voeren en al snel werd er op een AWBZ manier omgegaan met het vaststellen van een indicatie voor Hulp bij het Huishouden.

Toen stelde ik mij de vraag; als we het nu hetzelfde doen als we altijd al deden, waarom dan deze transitie? Waarom wordt er geen samenwerking gezocht met aanbieders van thuishulp en hoe kunnen we komen tot een werkwijze die past bij de Wmo?

In de loop van de tijd ben ik met verschillende thuiszorgorganisaties in gesprek gegaan. Zij vertelden dat zij het werk best op een andere manier konden inrichten. Dat schoon en leefbaar voor hen te doen was in minder tijd, omdat de zorgcomponent die in de AWBZ was ingebed nu niet meer zo prominent aanwezig was. Daarnaast vertelden zij dat een nieuwe manier van werken en een verandering tijd kost en dat dit een gezamenlijk doel moet zijn. Eigenlijk was de expliciete wens om samen te werken. Niet gezien te worden als opdrachtnemer maar als partner van de gemeente.

Met een aantal mensen gingen we om de tafel. We maakten een plan, waarbij rollen en verantwoordelijkheden werden bepaald. Kort samengevat zag dit er als volgt uit:

Stap 1: Gemeente verleent de toegang, nadat een goed onderzoek is uitgevoerd en is vastgesteld wat iemand zelf kan, wat het netwerk kan en wil doen en wat er vervolgens blijft liggen.

Stap 2: De aanbieder komt aan zet om met de cliënt te bespreken wát er dan precies blijft liggen, wat er moet gebeuren en met welke frequentie. Wanneer is het voor de cliënt schoon en leefbaar?

Stap 3: Vervolgens worden de afspraken die gemaakt zijn met de cliënt vastgelegd in een plan, wat wordt ondertekend door de cliënt en de thuiszorgaanbieder. Dit gaat naar de gemeente.

Stap 4: De gemeente neemt het besluit op basis van het ondertekende plan van aanpak en het eigen beleid.

Stap 5: Er vindt regelmatig overleg plaats, om te zien of het resultaat daadwerkelijk wordt behaald, of er iets is gewijzigd in de situatie en of er eventueel wat moet worden bijgesteld.

Het resultaat? Heldere werkwijze, tevreden cliënten, iedereen op dezelfde lijn, goede en duidelijke communicatie. Nog steeds maatwerk en geen discussie achteraf. Er wordt immers niet meer gesproken over uren. Er wordt enkel en alleen nog gesproken over taken en frequentie. De ene keer wat meer en de andere keer wat minder, maar altijd het afgesproken resultaat.

Wat er voor nodig was? Partnerschap, niets meer en niets minder.

Wilt u meer weten? Ik ga ook graag met u in gesprek.