menu

De Backstage Rider

Door: Mark van Haren. Deel bericht op:

Noelle buren

 

Krankzinnig zijn soms de eisen die door De Sterren bij de inrichting van hun kleedkamers gesteld worden. De ene popster wenst vierkante meloenen, de ander manden broccoli, bossen witte lelies – exact afgeknipt op 15 centimeter – maar ook gedesinfecteerde deurknoppen, emmers gefrituurde kip, sterke drank van een obscuur merk gekoeld met handgeschaafd ijs, te drinken door een titanium rietje in een kleedkamer waar het eerste handbalteam van SV Conventus met gemak twee keer in past en waar bediening rondloopt die enkel 100% katoen draagt.

Er wordt gefluisterd dat dit diva-gedrag allemaal is begonnen met het opstellen van het technische programma van eisen – de Tour Rider of de Backstage Rider – van de band Van Halen in 1982. Van Halen wilde in de kleedkamer onder andere M&M's, maar absoluut geen bruine. Dit zou het startsein zijn geweest voor andere sterren om elkaar te overtreffen in absurditeit, een wapenwedloop die voortduurt tot vandaag.

Later werd bekend dat deze "eis" van Van Halen niet bedoeld was uit excentriciteit of als grap maar dat deze was opgenomen om te testen of de Backstage Rider (en daarmee ook alle belangrijke eisen op het gebied van veiligheid) daadwerkelijk was gelezen. De roadies van Van Halen controleerden bij aankomst of er een schaal M&M’s in de kleedkamer stond en of de moeite was genomen er de bruine M&M’s uit te halen. Was dit niet het geval dan wisten ze dat ze alle andere eisen uit de Rider in detail moesten controleren omdat ze niet konden riskeren dat de organisator – naast de bruine M&M’s – ook andere, echt belangrijke dingen uit de Rider vergeten was of overgeslagen had. Niets zo vervelend natuurlijk als verkeerd geplaatst vuurwerk op wankele podia voor verkeerd bekabelde speakers.

Het klinkt allemaal onwerkelijk, die Backstage Riders, maar ik kan me voorstellen dat u er in een of andere vorm zelf ook mee te maken hebt. Bijvoorbeeld wanneer u net als ik werkzaam bent in situaties waarin openbare ruimte wordt ingericht. Of waar ontwerpen voor bestekken of werkbeschrijvingen worden gemaakt conform integratie-eisen die uiteindelijk tot een woonwijk, een appartementencomplex, een wegreconstructie maar ook een tuin, de uitbouw van uw woonkamer of zelfs een nieuwe keuken moeten leiden.

Binnen de openbare ruimte wordt veel met Programma’s van Eisen (PvE’s) gewerkt. We leggen ze contractueel vast met projectontwikkelaars en interne projectleiders van de gemeente. Ik weet niet hoe dat bij u gaat, maar een projectontwikkelaar wil graag zijn percelen bebouwen (woonwijk, woningbouw, bedrijfspand, anders) en hij ontwerpt op zijn terrein ook een stuk openbare ruimte. Hiermee draagt hij zorg voor de bereikbaarheid van zijn ontwikkeling, de mogelijkheid van parkeren voor gebruikers en bewoners en voor een algehele toevoeging van waarde aan de leefruimte van ieder. Juist voor dát deel, de inrichting van de openbare ruimte, bestaan de PvE’s.

In die PvE’s voor de openbare ruimte is een vertaling gemaakt van het gemeentebeleid dat betrekking heeft op de inrichting ervan. Daarin is uiteengezet welke kaders er van toepassing zijn en welke processen er gevolgd moeten worden om tot een door de gemeente goedgekeurd ontwerp te komen.

In Woerden worden alleen ontwerpen voor de openbare ruimte goedgekeurd, die integraal van opzet zijn. Dit betekent zoveel als dat architecten en ontwerpers in hun ontwerpen rekening houden met de invloeden die de verschillende beheersdiciplines binnen de openbare ruimte op elkaar hebben en dat ze deze passend weten te integreren. Dat er rekening wordt gehouden met zaken als klimaatadaptatie, bodemdaling en grondwaterstand. Maar ook dat er geen bruggen boven gasleidingen worden gepland. Of dat openbare verlichting naast ondergrondse afvalcontainers komt te staan en niet er in. Dat er geen woningen maar ook geen saneringsleidingen in te handhaven bomen worden geprojecteerd en dat er naast de nodige parkeerplaatsen ook rekening wordt gehouden met de opstelplaatsen van kliko’s.

Openbare ruimte lijkt vaak een lastige sluitpost. De nadruk binnen het ontwerp ligt op de bouwkavels en wat daar te koop wordt aangeboden: vaak goede architectuur in een verder prima stedenbouwkundig plan. De openbare ruimte is een vak apart, een knooppunt van belangen – bovengronds en ondergronds – dat snel leidt tot conflicten.

Het probleem is dat het niet tijdig opmerken van deze conflicten in de zo belangrijke planfase leidt tot een gebrek aan integratie tussen beleid en beheersdiciplines waardoor deze conflicten gedurende de uitvoeringsfase ‘in het werk’ opgelost moeten worden. En dat laatste is iets wat vaak niet meer lukt. U kent de foto’s wel van lichtmasten of bomen die midden in parkeervakken staan en ribbelstroken voor blinden en slechtzienden die eindigen nabij vijverranden. En dat zijn alleen nog maar de zichtbare conflicten. Wie weet hoe het er ondergronds bij ligt?

Het risico is dat meerkosten moeten worden gemaakt in de uitvoeringsfase, dat de openbare ruimte onveilig wordt en dat door ondoordachte inrichting van de openbare ruimte het risico op letsel of schade vergroot wordt. Naast de algehele verlelijking van de openbare ruimte betekent het voor de gemeente hogere beheerskosten gedurende soms wel 30 à 40 jaar.

“Integraliteit wordt toch gecontroleerd aan de hand van het PvE!” zult u zeggen, en wellicht denkt u al aan het toevoegen van kleine lettertjes die pleiten voor schalen M&M’s, opgenomen direct onder het kopje ‘Integrale benadering van het ontwerp’. “Wat goed is voor een Justin Timberlake of een Beyoncé is goed genoeg voor mij”, denkt u, en “als Van Halen er tevreden mee is dan ben ik dat ook!” Ik denk dat dit prima te regelen is zonder diva-gedrag.

Communicatie vooraf is ons sterkste punt. Waarom passief handelen als door actieve communicatie aan de voorkant zoveel gewonnen kan worden? Een goed gesprek over de gemeentelijke doelstellingen (een integraal ingerichte openbare ruimte van een bepaalde kwaliteit en schoonheid die binnen budget te beheren is), aangevuld met de beleidsmatige kaders in de vorm van een duidelijk PvE biedt de beste basis voor een goed inrichtingsplan. De ontwikkelaar begrijpt waarom integraliteit van de openbare ruimte belangrijk voor ons is en krijgt kaders maar ook handvatten om die ruimte zo optimaal mogelijk in te richten. Hij doorgrondt de complexiteit ervan en herziet zijn processen met deze kennis.

Als de beoordeling van het voorlopige ontwerp het eerste moment is waarop de ontwikkelaar met de wensen en eisen van de gemeente in aanraking komt dan is dat te laat. Dan rest u alleen nog de taak om, net als een roadie van Van Halen – geconfronteerd met een schaal bruine M&M’s – alle kabels na te lopen.

Goede en tijdige communicatie is de sleutel. Die M&M’s zet ik wel op tafel als we geen opmerkingen meer hebben bij het laatste concept-inrichtingsplan dat met de ontwikkelaar wordt besproken. De ogen van de ontwikkelaar die koortsachtig de gesprekstafel zoekend bij het betreden van de overlegruimte. Daar staat een schaal, nee, een prijsbeker M&M’s als teken dat de gemeente akkoord is. Ik ben nieuwsgierig naar jullie ervaringen en of jullie dit herkennen.